Met de Compliance manager kunt u aanpassen hoe Tachogram de naleving van rij- en arbeidstijden berekent en controleert.
U kunt de regels voor het detecteren van overtredingen, rustperioden, nachttijd en andere belangrijke instellingen aanpassen aan uw bedrijfsvoering en lokale vereisten.
Zo krijgt u nauwkeurigere resultaten, duidelijkere rapporten en betrouwbaarder toezicht op de naleving voor uw hele wagenpark.
U vindt dit onder Ins
tellingen → Compliance Manager.
👤 Deze sectie is beschikbaar voor:
Bedrijfsaccounts — beheerders
Persoonlijke accounts
🔔 Let op: na wijzigingen worden alle historische gegevens automatisch opnieuw berekend volgens de nieuwe instellingen, inclusief geanalyseerde bestanden en activiteitengrafieken.
Uitklappen om te bekijken
Klik bij ‘Rijtijd’ of ‘Arbeidstijd’ op ‘Geavanceerde instellingen’ om de instellingen te openen.
Knop Opslaan
Nadat u wijzigingen hebt aangebracht, verschijnt onderaan een balk. Klik op de
knop ‘Wijzigingen opslaan’ om ze toe te passen.
Rijtijd
Configureer de regels voor de berekening van de naleving van rijtijden.
Nachttijd
Kies wanneer de ‘nachttijd’ begint en eindigt.
Stel de begin- en eindtijd van de nachtperiode in voor de berekening van de rijtijd.
Overtredingen
Ernstniveaus tonen of verbergen
Selecteer met de selectievakjes welke ernstniveaus zichtbaar zijn.
Zo concentreert u zich op de belangrijkste problemen. U kunt bijvoorbeeld lichte overtredingen verbergen en alleen ernstige of zeer ernstige overtredingen tonen om risico’s sneller te vinden en prioriteiten te stellen.
Korte ‘overtredingen’ negeren
Bij het wisselen van kaarten of voertuigen ontstaan soms korte gegevenshiaten. Met deze instelling worden zulke hiaten niet automatisch als overtreding aangemerkt.
Als de waarde bijvoorbeeld 15 minuten is, wordt elke onbekende periode korter dan 15 minuten (zoals tijdens het verwisselen van een kaart of voertuig) genegeerd en niet als overtreding gemarkeerd.
Wat telt als wekelijkse rust
Deze instelling bepaalt hoe lang een rustperiode moet duren om als wekelijkse rust te tellen. Een kortere periode telt niet als wekelijkse rust bij de nalevingscontrole.
Bij een instelling van 20 uur telt een rustperiode van minder dan 20 uur niet als wekelijkse rust; alleen perioden van minstens 20 uur zijn geldige wekelijkse rust.
Rustperioden bij meerbemanning
Deze instelling bepaalt hoe lang een normale rustperiode bij meerbemanning moet duren. Kortere perioden worden als verkorte dagelijkse rust beschouwd.
Als dit op 11 uur staat, wordt een rustperiode van bijvoorbeeld 9 uur aangemerkt als verkorte dagelijkse rust en niet als normale rust.
Ontbrekende landinvoer als overtreding
Bestuurders moeten het land registreren bij het begin en einde van hun dienst.
Vink deze optie aan om ontbrekende landinformatie te controleren en als overtreding weer te geven.
Als een bestuurder bijvoorbeeld een dienst begint zonder het land in te voeren, markeert het systeem dit als overtreding zodat het gecorrigeerd kan worden.
Ontbrekende kaartinvoer als overtreding
Sommige systemen beschouwen het plaatsen of verwijderen van een bestuurderskaart aan het begin of einde van een dienst als een overtreding.
Schakel deze optie in of uit om te bepalen of dit als overtreding wordt weergegeven of genegeerd wanneer het bij uw normale werkwijze hoort.
Arbeidstijd
Overtredingen
Nachtarbeid
Deze instelling bepaalt hoe nachtarbeid wordt weergegeven.
Ingeschakeld: nachtarbeid wordt over de volledige periode van 24 uur getoond.
Uitgeschakeld: nachtarbeid wordt alleen vanaf het begin van de laatste dienst getoond.
Meer dan 10 uur bij nachtarbeid
Normaal is de dagelijkse arbeidstijd bij nachtarbeid beperkt tot 10 uur. Hiermee kan het systeem langere werkdagen bij nachtarbeid toestaan wanneer nationale regels of uitzonderingen dat toelaten.
Voorbeeld:
Een bestuurder werkt 11 uur op een dag, waaronder nachtarbeid:
Ingeschakeld: dit kan toegestaan zijn en hoeft niet als overtreding te worden aangemerkt.
Uitgeschakeld: dit wordt als overtreding gemarkeerd omdat de grens van 10 uur is overschreden.
Pauzes korter dan 15 minuten
Deze instelling bepaalt hoe korte perioden (minder dan 15 minuten) worden behandeld.
Ingeschakeld: pauzes of hiaten korter dan 15 minuten tellen als arbeidstijd in plaats van rust.
Voorbeeld:
Een bestuurder neemt 10 minuten pauze:
Ingeschakeld: dit telt als arbeidstijd.
Uitgeschakeld: dit telt als rusttijd.
Minder strenge pauzeregels
Hiermee mag een werkperiode worden onderbroken door een pauze van 15 minuten als de totale dagelijkse pauze minstens 30 minuten bedraagt bij 6–9 uur werk, of minstens 45 minuten bij meer dan 9 uur werk.
Deze instelling maakt pauzeregels flexibeler: pauzes van bijvoorbeeld 15 minuten mogen meetellen voor de vereiste totale pauzeduur, zolang de bestuurder op die dag voldoende pauze neemt.
Voorbeeld:
Een bestuurder werkt 8 uur en neemt:
een pauze van 15 minuten en later nog eens 15 minuten.
Ingeschakeld: samen geldt dit als een geldige pauze van 30 minuten, dus geen overtreding.
Uitgeschakeld: de pauzes tellen mogelijk niet mee en kunnen als overtreding worden gemarkeerd.
Dagelijkse arbeidstijdlimiet
Ingeschakeld: de dagelijkse arbeidstijd wordt ook berekend als er geen nachtarbeid plaatsvond. De berekening gebeurt per dienst, niet over de volledige 24 uur.
Zo wordt arbeidstijd altijd per dienst gecontroleerd, ook zonder nachtarbeid, in plaats van op basis van een volledig tijdvenster van 24 uur.
Voorbeeld:
Een bestuurder werkt op één dag twee diensten:
Dienst 1: 06:00–12:00 (6 uur)
Dienst 2: 14:00–20:00 (6 uur)
Ingeschakeld: beide diensten worden afzonderlijk gecontroleerd en blijven binnen de grenzen.
Uitgeschakeld: het systeem kan beide diensten binnen 24 uur optellen (12 uur); afhankelijk van de grenzen kan dit als overtreding worden gemarkeerd.






