Naar de hoofdinhoud

Opzet Archicad NL (KME) template

De basisinstellingen voor de Nederlandse Archicad KME template

Een template is een bestand dat specifieke basisinstellingen bevat, waarmee een project gestart wordt. Deze wordt opgeslagen in het bestandsformaat *.tpl.

Bij het ontwikkelen van de Nederlandse template is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van Nederlandse standaarden, eveneens rekening houdend met de bruikbaarheid. Zo wordt er gebruikgemaakt van een deel van de NL-SfB-codering en zijn er zoveel mogelijk Bouwbesluit-standaarden toegevoegd.

Bij het overstappen op een volgende Archicad-versie dient ook de template omgezet te worden.


Versienummer

In de template wordt het versienummer bijgehouden van de Archicad-versie waarin de template is gemaakt, onder File > Info > Project Info > Project Details > Template versienummer. Het is belangrijk om deze eigenschap niet te wijzigen, zodat altijd duidelijk is uit welke Archicad-versie de template afkomstig is. Dit helpt bij het beheer en de compatibiliteit van de template.

In Archicad 30 is het venster Project Info volledig vernieuwd. Groepen en velden kunnen worden aangemaakt, bewerkt en verplaatst, en met de zoekfunctie is een veld snel terug te vinden.

Attributen

Lagen / Layers

In CAD-software hebben lagen vaak een NL-SfB-codering. Veel lagen blijven dan echter ongebruikt, terwijl er ook behoefte is aan lagen met informatie buiten de NL-SfB-codering. In de NL (KME) template is ervoor gekozen om de lagen van de NL-SfB-codering over te nemen. Hierin staat de algemene informatie van het gebouwmodel zelf.

Specifieke aandachtspunten:

  • Laag 22 Binnenwanden is opgedeeld in constructieve binnenwanden en niet-constructieve binnenwanden.

  • Laag 28 Draagconstructies is opgedeeld in CLT en HSB, om een zo goed mogelijke werking in combinatie met de CLT/HSB-module te garanderen.

  • Voor bestaande en te slopen onderdelen worden geen aparte lagen meer gebruikt. Hiervoor wordt de renovatiestatus van de elementen in combinatie met de renovatiefilters gebruikt (zie Renovation Filters).

  • De lagen BVO woningen, BVO buitenruimten, GO gebouw, GO woningen, NVO en VVO horen bij de MiniBIM-module. MiniBIM is een standaard voor het uitwisselen van ruimtelijke informatie via zones.

  • De laag Nulpuntcoördinatie is bedoeld voor het object Nulpuntcoördinaat en wordt gebruikt in de view voor nulpuntcoördinatie.

De lagen zijn opgenomen in een mappenstructuur conform de NL-SfB-codering en aangevuld met 7 groepen (mappen) met lagen, waarop specifieke informatie kan worden geplaatst ten behoeve van bepaalde tekeningen of schalen:

  • ALGEMEEN: lagen ten behoeve van tekeningaankleding, hulplijnen, opmerkingen en dergelijke.

  • INFORMATIE: voor het toevoegen van (hoofdzakelijk 2D) informatie aan het model die alleen zichtbaar moet zijn bij een bepaalde schaal of tekeningfase, bijvoorbeeld een plafondtekening of extra detailinformatie voor schaal 1:20. De laag Info Algemeen is voor algemene informatie die (bijna) altijd zichtbaar moet zijn.

  • MAATVOERING: voor het plaatsen van maatvoering op verschillende lagen ten behoeve van verschillende schalen en tekeningen.

  • MARKERS: lagen voor aanduidingen, zoals doorsnedelijnen, detailmarkers en dergelijke.

  • RUIMTEN: lagen voor verschillende zones ten behoeve van bruto vloeroppervlak, gebruiksfuncties, gebruiksoppervlak, NEN-zones en dergelijke.

  • SAMENWERKING: lagen ten behoeve van IFC-informatie, modules en pointcloudbestanden.

  • WERKPLAATS: ten behoeve van het maken van objecten, Solid Element Operations (operators) en dergelijke. Op deze lagen kunnen ook externe bestanden zoals IFC-modellen en pointclouds worden ingeladen.

Lagencombinaties / Layer Combinations

De lagencombinaties zijn genoemd naar de tekeningen waarvoor ze bedoeld zijn. Een aanvullende codering zoals SO/VO verwijst naar de projectfases waarin de lagencombinaties toegepast kunnen worden. Hierdoor is voor iedereen duidelijk wat het doel van een lagencombinatie is en op welke tekeningen een aanpassing van invloed is. Dit coderingssysteem wordt beschreven in het artikel De codering in de Archicad template.

De lagencombinatie NUL - Nulpuntcoördinatie wordt gebruikt in de view voor nulpuntcoördinatie.

Lijnen / Line Types

Algemene informatie over het attribuut Lijnen en Lijntypes is te vinden in het bijbehorende artikel.

Arceringen / Fill Types

De arceringen zijn sinds Archicad 27 onderverdeeld in verschillende mappen, op patroontype.

Algemene informatie over het attribuut Arceringen is te vinden in het bijbehorende artikel.

Materialen / Building Materials

Building Materials worden gebruikt als basis van een model. Aan de hand van de verschillende materialen ontstaan er aansluitingen in de tekeningen, kunnen schedules worden opgesteld voor de toegepaste hoeveelheden en wordt de Energy Model Review berekend. Ook kunnen eigenschappen van Building Materials worden meegestuurd in een IFC-export van het model.

De indeling van de mappenstructuur van de Building Materials en de naamgeving van de materialen is gebaseerd op NAA.K.T. De bouwmaterialen zijn geclassificeerd volgens NL-SfB.

Voor het Raam en Deur object KM zijn aparte bouwmaterialen toegevoegd, zoals buitenframe, draaideel, glas normaal, glas gehard, dorpel en waterslag. Deze zijn herkenbaar aan de naamgeving in kleine letters.

In combinatie met de KeyMember Houtbouw Module kunnen ook extra materialen worden ingeladen. Lees hiervoor het artikel over de Houtbouw constructies met de Houtbouw Module in Archicad.

Samengestelde bouwdelen / Composites

Composieten zijn samengestelde bouwdelen, opgebouwd uit combinaties van Building Materials.

Bij de composieten is in eerste instantie een aantal algemene samenstellingen gemaakt. De algemene composieten bevatten algemene materialen met verschillende namen (ALG - Binnenblad, ALG - Isolatie, enzovoort), zodat ze bij aansluitingen alleen met dezelfde soort lagen verbinden. De composieten kunnen gaandeweg in het project worden aangepast, wanneer duidelijk wordt wat de precieze samenstelling van de wanden, daken of vloeren moet zijn. De wanden, daken en vloeren kunnen ook worden omgezet naar reeds aangemaakte samengestelde bouwdelen.

Pennen en Kleuren / Pens & Colors

Archicad kan gebruikmaken van meerdere pensets. Aan elke view en elke geplaatste tekening op de lay-out is een penset gekoppeld. Dit betekent dat een lijn op de ene tekening een andere kleur en/of dikte kan hebben dan op de andere tekening. Zeker tijdens de ontwerpfase is het vaak handig om op een afdruk kleuren te gebruiken ter ondersteuning en verduidelijking van het ontwerp, terwijl de basis van de tekening, zoals de wanden en ramen, zwart blijft met verschillende lijndiktes.

In de NL (KME) template zijn er 7 pensets aangemaakt:

  • Basis grijs: te gebruiken voor grijze afdrukken als onderlegger

  • Basis kleur: te gebruiken tijdens het werken

  • Basis zwart: te gebruiken voor zwart-witafdrukken met ondersteuningskleur

  • Detail kleur: te gebruiken tijdens het detailleren

  • Detail zwart: te gebruiken voor zwart-witafdrukken van details met ondersteuningskleur

  • DO CLT/HSB: te gebruiken in combinatie met de CLT/HSB-module

  • Presentatie: te gebruiken voor situatie-, landschaps- en presentatieplannen

De pensets worden ook gebruikt in de Graphic Override Combinations. Wijzigingen in de pensets hebben gevolgen voor de weergave van het model.

Basis kleur

Basis zwart

Basis grijs

De 3 basispensets

Pen 1 t/m 10

Het verschil tussen de drie basispensets zit alleen in de kleur van pen 1 t/m 10.

In de penset Basis kleur hebben de pennen een verschillende kleur, zodat tijdens het werken duidelijk zichtbaar is welk pennummer, en dus welke dikte, er gebruikt is.

In de penset Basis zwart zijn de pennen 1 t/m 10 allemaal zwart. Deze penset is bedoeld voor het afdrukken in zwart-wit, met eventueel een ondersteuningskleur (de pennen 11 t/m 255).

In de penset Basis grijs zijn de pennen 1 t/m 10 allemaal grijs. Deze penset wordt gebruikt wanneer de tekening als grijze onderlegger voor een andere tekening dient.

Pen 1 t/m 10 hebben een oplopende dikte van 0,13 t/m 1,0 mm. Deze pennen zijn bedoeld om de basis van het model in te voeren, die uiteindelijk in zwart op papier wordt getoond.

Pen 21-30, 41-50, 61-70, 81-90

De 2e, 3e, 4e en 5e rij hebben dezelfde oplopende dikte als pen 1 t/m 10, maar steeds een andere kleur. Gebruik deze pennen wanneer een onderdeel met een kleur (en dikte) op papier geaccentueerd moet worden. Bijvoorbeeld: de basis van het gebouw in zwart, riolering in blauw, brandcompartimentering in rood, beplanting in groen en een voorstel voor de inrichting in grijs.

Pen 101 t/m 110

De 6e rij pennen is standaard zwart. Deze pennen zijn ingesteld op dikte 0,13 en zijn bedoeld om de arceringen van materialen altijd goed zichtbaar in zwart weer te geven. Sinds Archicad 20 kan hiervoor ook een Graphic Override worden gebruikt. De overige pennen hebben allemaal dikte 0 en zijn bedoeld om vlakken in te kleuren. Vanaf pen 91 beginnen de grijstonen. Houd pen 91 altijd wit, omdat deze vaak in bibliotheekelementen wordt gebruikt.

Vanaf pen 111 zijn er enkele heldere pasteltinten aangemaakt die geschikt zijn als achtergrondkleur van arceringen, waardoor een tekening veel leesbaarder wordt. De pennen 241 t/m 251 worden veel gebruikt voor het inkleuren van de gevels.

De detailpensets

De detailpensets verschillen alleen in de dikte van de eerste 10 kolommen ten opzichte van de basispensets. De dikte van kolom 1 t/m 10 loopt niet op van 0,13 t/m 2,8, maar van 0,18 t/m 3,0. Dit betekent dat alle lijnen één stap dikker worden wanneer de detailpenset actief is.

Bijvoorbeeld: een binnenwand wordt met pen 3 getekend. Aan de plattegrondtekeningen wordt op de lay-out een basispenset gekoppeld; de lijnen van de wand worden dan 0,25 dik. Aan de detailtekeningen wordt op de lay-out de detailpenset gekoppeld; pen 3 is dan 0,35 dik. Dezelfde wand wordt dus met dikkere lijnen getekend.

De CLT/HSB-penset

Bij gebruik van de KeyMember Houtbouw Module worden de tekeningen op schaal 1:100 erg druk door de weergave van alle CLT-lagen binnen een composiet. De CLT/HSB-penset maakt het mogelijk om al deze elementen in dezelfde kleur weer te geven. Pennen 10, 20 en 60 worden in de standaard pensets gebruikt om de verschillende kleuren in gelaagde houten elementen weer te geven. In de CLT/HSB-penset is deze kleur gelijk. Pen 10 wordt gebruikt voor de scheidingslijnen van composieten, pen 20 en 60 voor de achtergrondkleur van de elementen.

De presentatiepenset

De penset Presentatie is bedoeld voor situatie-, landschaps- en presentatieplannen. Ten opzichte van de basispensets bevat deze penset zachtere tinten, extra pastelkleuren en dunnere basispennen. De penset is beschikbaar via de Quick Options.

Texturen / Surfaces

Surfaces hebben kleur-, arcering- en textuureigenschappen. De verschillende onderdelen van een surface worden in verschillende onderdelen van het Archicad-model toegepast:

  • Surface Color: kleurweergave in gevelaanzichten en het 3D-venster (vectorial engine)

  • Cover Fill Foreground: arceringspatroon in gevelaanzichten en het 3D-venster (vectorial engine)

  • Texture: realistische weergave van materialen in gevelaanzichten, 2D-arceringen, het 3D-venster (OpenGL) en fotorealistische renderingen

Bij de texturen wordt verwezen naar een concreet materiaal met een kleur of type. De texturen zijn gekoppeld aan de catalogus in de bibliotheek. Hiermee is het materiaal direct geschikt voor gebruik binnen de CineRender Engine.

Zonecategorieën / Zone Categories

Bij de zonecategorieën zijn de basisgebruiksfuncties toegevoegd, zoals onder andere verblijfsruimte, circulatie, toiletruimte en NEN-categorieën.

Daarnaast zijn er zonecategorieën voor MiniBIM toegevoegd, herkenbaar aan de code MiniBIM: BVO, BVO buitenruimte, BVO vide, GO wonen, GO wonen (meerlaags), NVO en VVO.

Bij de zones kan extra informatie worden toegevoegd, zoals vereiste ventilatiedebieten, minimale ruimtetemperatuur en fasering van verbouwingswerken.

Profielen / Complex Profiles

Bij de Complex Profiles is een aantal voorbeeldprofielen aangemaakt, onder andere een deksteen, een damwand, een funderingsbalk, een goot, een kroonlijst, een kanaalplaatvloer en enkele wand- en staalprofielen. Deze profielen zijn een eerste aanzet en tonen de mogelijkheden van de Profile Manager. Er kunnen naar wens eigen profielen worden toegevoegd. Lees hiervoor het artikel Complex Profiles en de Profile Manager.

De staalprofielen in de Profile Manager bestaan uit twee typen: oprekbare profielen en niet-oprekbare profielen.

Oprekbare profielen (Staal Algemeen)

Van elk soort profiel (H, I, U, enzovoort) is er een profiel dat in doorsnede kan worden opgerekt. Als het profiel wordt opgerekt, komen de afmetingen van de flenzen en het lijf niet meer overeen met de standaard leverbare staalprofielen. Gebruik deze profielen daarom alleen als de exacte afmetingen in doorsnede niet belangrijk zijn. De doorsnede van deze profielen is daarom ook vereenvoudigd.

Niet-oprekbare profielen

Voor nauwkeuriger werk is er een tweede type staalprofiel dat niet kan worden opgerekt. Hiervan is een beperkt aantal geladen in de template. Dit aantal kan worden aangevuld door extra profielen te importeren via Options > Complex Profiles > Import Standard Steel Profile.

MEP Systems

Vanaf Archicad 24 is de MEP Modeler geïntegreerd in Archicad. Voor het werken met MEP Routing zijn MEP-systemen nodig. In de template is een aantal systemen toegevoegd. Per systeem kan worden aangegeven of het gebruikt kan worden met Ductwork, Pipework of Cable Trays. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de MEP Modeler het artikel Aan de slag met de MEP Modeler.

Model View Options Combinations

Ook bij de Model View Options Combinations is ervoor gekozen om de benaming te koppelen aan de fase (SO, VO, DO enzovoort) en/of de tekeningen waarvoor ze bedoeld zijn. Op deze manier hoeft niet telkens opnieuw bepaald te worden wat de gewenste instellingen voor een tekening zijn, en ontstaat er meer overzicht en uniformiteit. Bijvoorbeeld PLA voor plafondtekeningen, SIT voor kadastrale situatietekeningen en CST voor constructietekeningen.

De Model View Options Combination - Modelleerweergave is bedoeld voor gebruik tijdens het tekenwerk.

De codering van deze tekeningen en opties wordt beschreven in het artikel De codering in de Archicad template. Wanneer er met een andere tekeningcodering wordt gewerkt, kan deze worden gewijzigd in een eigen codering en kan de template worden opgeslagen als eigen bureautemplate. Uiteraard kunnen ook de instellingen per MVOC worden aangepast en eventueel worden uitgebreid met eigen MVOC's.

Via Document > Set Model View > Model View Options zijn de instellingen te zien en aan te passen die per modelweergave in de tekening getoond worden. De Model View Options Combination kan worden gekozen via de Quick Options.

In Archicad 30 zijn de Model View Options voor trappen en relingen en voor ramen en deuren vernieuwd. Voor trappen en relingen is de interface overzichtelijker, met een previewvenster. Voor ramen en deuren kunnen globale openingslijntypes worden ingesteld, zodat de openingssymbolen in het hele project consistent zijn. Stelkozijnen van de KM-objecten kunnen via de Model View Options worden verborgen.

Graphic Override Combinations

Graphic Override Combinations worden gebruikt om het model volgens een voorgedefinieerde overschrijving (Line, Fill, Surface) te tonen. Ze bieden een visuele presentatie en daarmee ook een visuele controle van de instellingen en eigenschappen van modelelementen. De weergave van bepaalde elementen en eigenschappen (properties), of het overschrijven van bepaalde onderdelen ervan, wordt gedefinieerd in een Graphic Override Rule. Deze Graphic Override Rules kunnen worden gecombineerd in een Graphic Override Combination.

De Graphic Override Combinations kunnen worden gekozen via de Quick Options.

In de template is een aantal Graphic Override Combinations voorgedefinieerd. Elke combinatie bevat één of meerdere Graphic Override Rules. Deze kunnen naar wens worden aangepast.

Voor een juiste weergave van tekeningen dienen altijd zowel de Model View Option Combination als de Graphic Override Combination correct ingesteld te zijn.

Vanaf Archicad 25 bevat de KeyMember Editie een DO CLT/HSB Graphic Override, om een goede werking met de Houtbouw Module te garanderen.

Lees voor een uitgebreide uitleg over de Graphic Overrides de artikels Graphic Override Combination en Graphic Override Rules.

Renovation Filters

Bij de renovatiefilters zijn de in de praktijk meest voorkomende weergaven voor tekeningen ingesteld. De benaming omschrijft de functie van het filter. Per filter kan worden gekozen voor verschillende opties voor de ingestelde renovatiestatus van de elementen. Ze kunnen wel of niet worden weergegeven (Show/Hide), en daarnaast kan een element op een andere manier worden getoond (Override), waarbij arcering, lijntype en materiaal kunnen worden overschreven. Voor bestaande en te slopen elementen zijn er nog andere instelmogelijkheden, zoals het verbergen van markers en het niet laten verbinden van de elementen.

[Afbeelding: bestaande afbeelding renovatiefilters]

De acht filters zijn als volgt ingesteld:

01 Bestaande toestand

02 Te slopen onderdelen

03 Toestand na de sloop

04 Te bouwen onderdelen

05 Nieuwe toestand

05a Nieuwe toestand schematisch

06 Toon alles

06a Toon alles schematisch

Existing Elements

Show

Show

Show

Show

Show

Override

Show

Override

Elements to be Demolished

Show

Override

Hide

Hide

Hide

Hide

Show

Override

New elements

Hide

Hide

Hide

Override

Show

Show

Show

Override

Existing elements:

Hide Opening Dimension Marker

x

x

x

x

x

x

Solid Cut Fill

x

x

Do not Intersect

x

Elements to be Demolished:

Hide Opening Dimension Marker

x

x

Hide Door/Window/Skylight

Hide Zone

Hide Objects

Solid Cut Fill

x

Do not Intersect

Mark Openings with X symbol

x

x

Annotation Elements:

Do not Override Dimensions/Texts/Labels

x

x

x

x

Do not Override Drafting Fills/Lines

De Renovation Override Styles zijn als volgt ingesteld:

Existing Elements

Elements to be Demolished

New elements

Linetype

Volle lijn

B0701

-

Line/Marker/Text

Pen 4

Pen 41

Pen 61

Fill Type

Arcering 75%

Arcering 50%

Arcering 50%

Fill Foreground Color

Pen 21

Pen 41

Pen 61

Fill Background Color

Pen 91

Pen 91

Pen 0

Material

Renovatie - bestaand

Renovatie - sloop

Renovatie - nieuw

Design Options

Sinds Archicad 27 kan gebruikgemaakt worden van Design Options. Hiermee kan snel worden geschakeld tussen ontwerpvarianten, zowel in 2D als in 3D.

De Design Options kunnen worden geopend via de Quick Options.

Favorieten

In de template staat een groot aantal grafische favorieten, onder andere voor ramen en deuren, arceringen en zones. De favorieten hebben dezelfde code meegekregen als de lagen, waardoor ze duidelijk gestructureerd zijn. De favorieten zijn terug te vinden via Window > Palettes > Favorites of via de toolbar, door met de muis boven een gereedschap te zweven en het pijlpictogram te gebruiken. Hierna kan het snelmenu worden geopend.

Maak voor een groep elementen, bijvoorbeeld Elektra of Sanitair, één favoriet aan van een basiselement. Door op deze favoriet te klikken, zijn direct de juiste laag en de map met de bijbehorende objecten actief. Dit voorkomt zoekwerk in de bibliotheekmappen en verkeerde laaginstellingen.

Tip: maak favorieten aan voor bijvoorbeeld brandcompartimenteringslijnen, perceellijnen en de rooilijn, met vaste lijntypen en pennen. Zo werkt iedereen met dezelfde lijnaanduidingen en kunnen legenda's eenvoudiger worden hergebruikt.

Voor het object 2D Ruimtemaat KM zijn favorieten toegevoegd voor veelvoorkomende ruimtes en zones in woningen, zoals Zithoek, Eethoek, Kookfunctie, Hoofdslaapkamer, Badkamer, Toilet, Garderobe en Entreemat. Ook zijn er favorieten voor toegankelijkheid, zoals Badkamer miva en draaicirkel miva. Daarnaast is er een favoriet voor het nieuwe Raam en Deur object KM (31 Buitenraam KM object).

Default settings gereedschappen

De default settings van de wanden, kolommen en balken zijn volgens onderstaande afbeelding ingesteld.

Show on Stories: Home Story Only

Hiervoor is gekozen omdat dit de meeste controle geeft over de weergave van de elementen op de plattegronden. Wanneer een element op meerdere verdiepingen zichtbaar moet zijn, kan dit per element worden ingesteld. Vanaf Archicad 30 zijn hiervoor naast All Relevant Stories ook de opties Home & One Story Up, Home & One Story Down, Home & One Story Up and Down, All Stories en Custom beschikbaar.

Standaard Viewsets en Lay-outs

In de Navigator is een aantal viewsets aangemaakt. Van elk venstertype is minimaal één clone gemaakt, zodat alle projectvensters al in de View Map aanwezig zijn. Deze viewsets zijn onder andere clones met de volgende instellingen:

Clone-naam

Lagencombinatie

Schaal

Model View Option Combination

Graphic Override Combination

PLG Plattegronden

'Fase' – Plattegrond PLG

1:100

Fase-afhankelijk

Fase-afhankelijk

GVL Gevels

'Fase' – Gevel GVL

1:100

Fase-afhankelijk

Fase-afhankelijk

DRS Doorsnedes

'Fase' – Doorsnede DRS

1:100

Fase-afhankelijk

Fase-afhankelijk

INR Inrichting

INR - Inrichting

1:20

Fase-afhankelijk

Fase-afhankelijk

INR Inrichting aanzichten

INR - Inrichting

1:20

Fase-afhankelijk

Fase-afhankelijk

DET Details

DET – Detail

1:10

DET - in live model

No Overrides

CST Constructie

CST - Constructie

1:50

Fase-afhankelijk

RUW

BRA Brandcompartimentering

BRA – Brand

1:50

BES, BRA, RWT, TOE

BRA - Brandcompartimentering

BVO Brutovloeroppervlakte

OPP - Brutovloeroppervlakte

1:100

Fase-afhankelijk

OPP - Brutovloeroppervlakte

NVO Nettovloeroppervlakte

OPP - Nettovloeroppervlakte

1:100

Fase-afhankelijk

OPP - Nettovloeroppervlakte

NVO + T Nettovloeroppervlakte + Terra-oppervlakte

'Fase' – Plattegrond PLG

1:100

Fase-afhankelijk

OPP - Nettovloeroppervlakte + Terra oppervlakte

GBO Gebruiksoppervlakte

OPP - Gebruiksoppervlakte

1:100

Fase-afhankelijk

OPP - Gebruiksoppervlakte

GFU - Gebruiksfuncties

OPP - Gebruiksfunctie

1:100

OPP

OPP - Gebruiksfunctie

Naast deze clones is ook een aantal views aangemaakt met standaard 3D-vensterinstellingen, zodat hier snel tussen kan worden geschakeld.

Daarnaast is er een view voor nulpuntcoördinatie. Deze view maakt gebruik van het object Nulpuntcoördinaat en de lagencombinatie NUL - Nulpuntcoördinatie, en is bedoeld om het projectnulpunt af te stemmen met andere partijen.

Standaard View Sets en Layout Book (NL KeyMember template)

In de NL KME template is de View Map ingedeeld volgens de gebruikelijke bouwfases: SO, VO, DO, TO (technisch ontwerp) en UO (uitvoeringsgereed ontwerp).

Elke fasemap bevat views met instellingen voor de desbetreffende fase. Daarnaast bevat de View Map een map met algemene werkmethodieken die de bouwfases overstijgen, zoals Visualisatie, 3D Objecten maken, Daglichtberekening, Oppervlakte en inhoud, Ramen en deuren add-on, ramen- en deurenstaten, Detailleren en IFC-uitwisseling.

In Archicad 30 zijn de masters in het Layout Book vernieuwd en hebben ze een hedendaagse look and feel gekregen. De volgende masters zijn beschikbaar:

  • Losse tekeningen: in verschillende formaten, van A0 tot A4

  • Detailboekjes: voorblad en detailblad

  • Presentatiebladen: met sobere informatie

  • Boekjes algemeen: voorblad, tussenblad en colofon

Verder bevat het Layout Book een map met een eerste aanzet voor de ramen- en deurenstaat A4 (één raam of deur per lay-out) en A1 (totaalweergave).

Over de schedules is meer te lezen in het artikel Schedules maken.

Overige instellingen in views

Voor de hoogte van het horizontale snijvlak (Floor Plan Cut Plane) is gekozen voor 1500 mm. Meer informatie hierover is te vinden in het artikel Het horizontale snijvlak, Floor Plan Cut Plane.

In de KME template zijn er reeds drie verdiepingen met een verdiepingshoogte van 3000 mm en een funderingsverdieping van 800 mm aangemaakt, en zijn er vier gevellijnen en twee doorsnedelijnen geplaatst. Deze kunnen naar wens worden aangepast of aangevuld.


Gerelateerde artikelen

Was dit een antwoord op uw vraag?