Bij een heteroanamnese geeft een derde (bijvoorbeeld partner, ouder of kind) aanvullende informatie over de patiënt. Soms is het voor de AI lastig om automatisch te herkennen dat er sprake is van een derde persoon. Daardoor wordt de informatie niet altijd correct onder Hetero Anamnese geplaatst; de sectie wordt weggelaten in het verslag als de AI geen hetero anamnese herkent in het transcript.
Met een paar eenvoudige aanpassingen in je formulering help je OurMind om dit beter te herkennen.
Waarom gebeurt dit?
De AI analyseert het gesprek op basis van taal en context.
Wanneer niet expliciet wordt benoemd dat een derde persoon spreekt of informatie geeft, kan het systeem dit interpreteren als onderdeel van de reguliere anamnese.
Vooral bij wisselingen tussen patiënt en begeleider zonder duidelijke introductie kan dit misgaan.
Wat werkt wél goed?
Hoe explicieter je bent over wie spreekt, hoe beter OurMind de informatie structureert.
Onderstaande werkwijzen helpen de AI om een hetero anamnese correct te identificeren.
1. Introduceer de derde persoon expliciet
Maak duidelijk wie aanwezig is en wie antwoord geeft.
Voorbeeld:
“Ik ga nu een paar vragen stellen aan uw dochter.”
“Uw partner is ook aanwezig bij dit gesprek.”
“Mevrouw Jansen, uw zoon vult u aan.”
Tip: Noem eerst de patiënt, daarna de begeleider.
2. Benoem expliciet wie iets zegt
Geef context bij informatie die niet rechtstreeks van de patiënt komt.
Voorbeelden:
“Uw dochter vertelt dat u de afgelopen twee nachten wakker bent geweest.”
“De partner geeft aan dat patiënt vergeetachtig is.”
“Volgens de moeder eet hij slecht.”
Door zinnen te gebruiken als:
“Uw dochter vertelt…”
“Volgens de partner…”
“De begeleider geeft aan…”
wordt het voor de AI veel duidelijker dat het om hetero-anamnestische informatie gaat.
3. Herhaal en verduidelijk bij tegenstrijdige informatie
Wanneer patiënt en begeleider iets anders zeggen, helpt het om dit expliciet te benoemen.
Voorbeeld:
“Mevrouw Jansen, u geeft aan dat u goed slaapt, maar uw dochter vertelt dat u de afgelopen twee nachten wakker bent geweest.”
Hiermee wordt het onderscheid tussen primaire anamnese en heteroanamnese duidelijker vastgelegd.
Praktische tips tijdens het consult
Wees expliciet bij elke wisseling van spreker.
Gebruik vaste formuleringen zoals “volgens…”, “geeft aan dat…”, “vertelt ons dat…”.
Vermijd impliciete verwijzingen (“ze zegt dat…” zonder te benoemen wie “ze” is).
Introduceer aanwezige familieleden of begeleiders vroeg in het consult.
Hulp nodig?
Wordt de Hetero Anamnese toch niet goed weergegeven?
Neem contact op via de helpdesk en dan kijken we graag met je mee.